Voorwoord

door : neuroloog Emile Keuter

Meer dan de helft van mijn 56 levensjaren heb ik gewerkt als arts in de directe patiëntenzorg en ik ben al twintig jaar zelfstandig neuroloog. Ik weet nog goed hoe mijn eerste opleider, dr . Gerrit Schouwink, een grootheid in alle opzichten, mij leerde dat ons vak in de praktijk veel meer omvatte dan kennis van het zenuwstelsel. Op mijn afdeling werd, in de eerste week dat ik zijn assistent was, een man opgenomen met rugpijn die naar zijn been uitstraalde. Ik keek hem nauwkeurig na en wist zeker dat hij geen hernia had en dus niet hoorde bij de categorie patiënten met neurologische aandoeningen. Ik vond dat hij beter naar huis kon gaan en kon gaan bewegen en ik vertelde hem dat. Dit kwam me duur te staan.  Een flinke uitbrander van Schouwink. ‘Wie dacht ik wel dat ik was om zomaar zo’n man naar huis te ontslaan zonder hem eerst te hebben geholpen?’ Waarom was hij zo vastgelopen, wat voor iemand was hij en hoe gingen we ervoor zorgen dat hij op de terugweg kwam? Dit was het begin van mijn ontwikkeling tot zoveel mogelijk holistisch, biopsychosociaal en persoonlijk werkende neuroloog. Het proces verliep heel geleidelijk en natuurlijk. Terugkijkend heb ik in mijn opleidingstijd nog vaak het ontrafelen van een ziekteproces als mijn enige opdracht gezien, terwijl pas als zelfstandig neuroloog de behandeling echt belangrijk werd. Nog weer later, in de loop van vele behandelingen, ging ik me  realiseren dat ik veel meer moest  inzoomen op de patiënt om een ziekte-, revalidatie-, of genezingsproces te begeleiden. Ik merkte dat de belangrijkste vraag meestal is hoe iemand met ziekte en genezing omgaat en dus niet aan welke ziekte hij lijdt. Het wordt voor mij helemaal interessant als ik niet eens weet aan welke ziekte iemand lijdt Voor huisartsen, internisten en neurologen is dit bij de helft van de huidige klachten op het spreekuur het geval. Zoals bij mijn patiënt met rugpijn hierboven, gaat het gemakkelijk mis met ons lichaam zonder dat we het (volgens huidige wetenschappelijke kennis) medisch begrijpen.

Ik had wel eens iets gelezen over hypnose en ik had een patiëntje met hevige chronische zenuwpijn, die haar leven volledig ontwrichtte. Het meisje en haar ouders schrokken niet eens toen ik voorstelde om een therapie in de richting van hypnose te zoeken. Ik vroeg een bevriende therapeute met ervaring in hypnotherapie en natuurlijk begon ook zij direct te vertellen over haar opleider, Barbelo Uijtenbogaardt. Om kort te gaan:  het meisje genas zichzelf op bewonderenswaardige wijze met behulp van enkele sessies bij Barbelo. Hierdoor leerde ik Barbelo kennen en hoewel ik mezelf nog steeds beslist niet kan profileren als hypnotherapeut, werd ze ook mijn opleider. Een grootheid in alle opzichten. Een zeer invoelende, ervaren en begaafde therapeut en ook onderwijzer en organisator  van de opleiding in de hypnotherapie in Nederland. Als neuroloog, met bijzondere belangstelling voor lichamelijke klachten die we onvoldoende somatisch kunnen duiden, ben ik overtuigd van een noodzakelijke opmars van hypnotherapie als toevoeging in de geneeskunde. Ik ben dan ook trots dat ik dit voorwoord mag schrijven. Dit boek slaat een brug tussen  de hypnotherapeut en de geneeskundige hulpvraag en hulpverlening. Dit briljante boek over de praktijk van de aanvullende behandeling bij patiënten met lichamelijke klachten is nog maar het begin.