Hypnotherapie en werken met kinderen

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan

Een workshop gegeven door Barbelo Uijtenbogaardt 


In de workshop over hypnotherapie bij kinderen zal Barbelo vele voorbeelden bespreken uit haar praktijk en zal zij, voor zover de tijd het toelaat, diverse ontwikkelingsfasen bespreken zoals deze door Piaget en Erik Erikson ontwikkeld zijn, respectievelijk van de cognitieve ontwikkeling en de identiteitsontwikkeling. Natuurlijk kan zij ook ingaan op vragen die er over het werken met kinderen zijn.

Barbelo is pedagoog, hypnotherapeut, raja-yogadocent, Simontontherapeut en docent hypnotherapie. Zij heeft 25 jaar gewerkt met kinderen in verschillende zettingen. Doordat zij vele jaren zieke kinderen begeleidde heeft zij een interesse ontwikkeld voor datgene achter de pijn, achter de ziekte. De laatste veertien jaar werkt zij ook met volwassenen en al gauw kwam zij weer bij het kind terecht (het innerlijk kind). Momenteel werkt zij in haar praktijk met kinderen en volwassenen. Naast het werken met relatieproblemen, innerlijke conflicten, jeugdtrauma’s, fobieën en andere angsten, rouwprocessen en onthechtingsprocessen (sterven, echtscheiding) of gewoon ‘niet lekker in je vel zitten’ werkt zij met mensen die ernstig ziek zijn en geeft zij ook stervensbegeleiding. Een belangrijk deel van haar werkzaamheden is hiernaast haar docentschap. Zij doceert hypnotherapie momenteel op vier opleidingen. Bovendien coördineert zij het opleidingsinstituut Hypnos. Hypnos verzorgt sinds 1998 een tweejarige opleiding voor hypnotherapie en Simontontherapie te Amsterdam. (n.b. Hypnos is een driejarige opleiding sinds 2001 te Aalsmeer en sinds 2005 te Bussum.)

Hier zal zij een korte schets geven welke punten belangrijk zijn bij het werken met kinderen en hoe aan de ene kant kinderen eigenlijk in een trance leven, maar hoe aan de andere kant ondanks de hoge mate van hypnotiseerbaarheid werken met kinderen in al zijn facetten nog niet eenvoudig is.

Barbelo leidt je een stukje op weg naar kinderland:
Daniël Kohen schrijft in zijn artikel over kinderen (opgenomen in Handbook of Hypnotic Suggestions and Metaphors) dat het werken met kinderen ‘easy but not simple’ is. Deze paradoxale uitspraak blijkt in de praktijk maar al te waar te zijn. Hier zal enige toelichting volgen:

Ik werk vanuit de visie dat kinderen niet ‘volwassenen zijn in zakformaat’ zoals zij vroeger door ontwikkelingspsychologen wel genoemd werden, maar dat zij zielen zijn die al vele levens achter de rug hebben en zo al heel jong kunnen reageren vanuit ‘een zijn met een geschiedenis’. Kinderen kunnen dus net als volwassenen reageren vanuit een oude pijn en aan de andere kant hebben zij ook vaak al veel wijsheid in huis. Kinderen zijn dus volwaardige gesprekspartners. En toch kunnen wij niet met ze omgaan als met volwassenen, ook niet in therapie. Hier zien wij al de eerste dualiteit.

Kinderen zijn zeer hypnotiseerbaar. Je zou zelfs kunnen zeggen dat kinderen in de leeftijd van 0-5 jaar bijna continu in trance zijn. Alle hypnotische kenmerken zijn op deze leeftijd op hen toepasbaar.

Om hier maar even de belangrijkste te noemen: suggestibel, dissociatie, tijdsvervorming, amnesie, sensore vervormingen en letterlijk nemen:

  • De suggesties die ouders aan hun kinderen geven gaan bij het kind door merg en been en deze suggesties blijven decennia lang doorklinken (zoals wij dit in regressie bij vele volwassenen die in therapie gaan ook kunnen meemaken).
  • En kinderen nemen ook letterlijk wat je zegt. Vooral jonge kinderen zullen het meest letterlijke scenario kiezen van wat er gezegd is.
  • Kinderen merken in hun spel vaak niet als ze hun knie openhalen (een uur later komen ze ineens krijsend binnen omdat het bloed) of dat het ineens is gaan regenen (sensore vervormingen).
  • Ook hebben kinderen veelal in het spel geen idee van tijd. Zoals in trance kan een uur tien minuten lijken en tien minuten een uur.
  • Kinderen stappen in hun spel heel makkelijk in en uit hun fantasiewereldje. In het spel verwerken zij de in de werkelijkheid beleefde ervaringen en dissociëren van de werkelijkheid, stappen in hun fantasiewereld en geven hun ervaringen een plek. Als kinderen erg veel pijnlijke momenten ervaren in hun jeugd, zullen ze nog meer in het fantasiewereldje stappen om de pijnlijke momenten te verwerken en vervolgens, als het te erg wordt, de pijnlijke momenten te ontvluchten. Kinderen kunnen ook als ze erg veel lichamelijke pijn hebben of in de angst schieten of gaan dissociëren om het maar niet te voelen.
  • Kinderen kunnen door de makkelijk door hen te ontwikkelen dissociatie ook makkelijk vergeten wat er gebeurd is. Alsof ze het in een andere werkelijkheid gestopt hebben, we noemen dit proces amnesie. Bij incestslachtoffers zien wij regelmatig dergelijke processen. Zij weten echt niet meer wat er gebeurd is en komen in trance vaak voor het eerst bij dergelijke belevingen.

Kinderen nemen een stuk eigen geschiedenis mee. We geloven allang niet meer zoals John Locke (Engels wijsgeer 2e helft 17e eeuw) dat kinderen als ‘een onbeschreven blad’ ter wereld komen. Ook Rousseau (Frans wijsgeer 18e eeuw) hebben wij al ver achter ons gelaten met de mening dat alles in het kind zit en wij er alleen maar bij hoeven te staan, coachend naar volwassenheid toe, terwijl de eerste 12 jaar het kind niet aan de buitenwereld bloot mag staan (al die slechte indrukken van de volwassen maatschappij). De maatschappij, het milieu van het kind, begint immers thuis. In het gezin kan tijdens de opvoeding van het jonge kind al veel aangericht worden, omdat alles wat gezegd en alle reacties bij het kind ingegrift worden.

Kinderen zijn dus zeer hypnotiseerbaar. Psychotherapeut Cladder noemt de leeftijd van 6 tot 12 jaar als de meest hypnotiseerbare leeftijd van de mens. Vanuit ervaring kan gezegd worden dat kinderen tot ongeveer 16 jaar over het algemeen zeer hypnotiseerbaar zijn en kinderen onder de 6 jaar zijn het meest hypnotiseerbaar. Waarom noemt hij dan deze leeftijd? Onder de 6 jaar heeft een kind nog niet de vaardigheid om bepaalde zinnen te begrijpen, het kind heeft nog geen logisch denken ontwikkeld. Het kind functioneert nog in de pre-operationele fase (0-7 jaar). De belevingswereld is nog centraal, dit betekent dat hij nog alles op zichzelf betrekt (Piaget, psycholoog en hoogleraar te Genève). En boven de 12 jaar ontwikkelt een kind een steeds cognitiever denken, waardoor de trancegevoeligheid heel langzaam afneemt. Kortom, om met een kind onder de 6 jaar te kunnen werken met hypnotherapie vraagt een grote aanpassing. De therapeut zal zich moeten aanpassen aan de belevingswereld van het kind en zal op een andere wijze moeten werken dan met oudere kinderen (meer via spel, bijvoorbeeld poppenkast-poppen, tekenen. Wel kan een kind van 3 jaar zich bijvoorbeeld al verbeelden dat de milt die verwijdert moet worden een krokodil is.

Dus aan de ene kant hebben we kunnen constateren dat hypnotherapie makkelijk toepasbaar zou moeten zijn bij kinderen, gezien de hypnotiseerbaarheid. Waarom wordt het dan niet meer gedaan? Wat speelt dan nog meer een rol?

  • We hebben al kunnen constateren dat de grotere aanpassing van de houding en therapie aan kinderen onder de 6 jaar een drempel of struikelblok zou kunnen zijn.
  • Verder is het zo dat een kind deel uitmaakt van een groter geheel, het gezin. Dit systeem kan het gedrag van een kind in stand houden ook al zou er met het kind gewerkt worden. Het is dus belangrijk dat er ook met de ouders gewerkt wordt. Observeren hoe ouder en kind (eventueel ook broertjes en zusjes) met elkaar omgaan is een belangrijk onderdeel van de therapie. Krijgt het kind te weinig ruimte, krijgt het geen grenzen? Projecteert de ouder mogelijk zijn of haar problemen of frustraties op het kind?
  • Een goed contact met de ouder, een soort maatjesgevoel ontwikkelen, is een vereiste. Zodra de ouder het gevoel krijgt het niet goed gedaan te hebben, is de ouder met kind al gauw vertrokken. De ouder is erg kwetsbaar en bang het niet goed gedaan te hebben. Opvoedingsadviezen geven is belangrijk, maar hoe je deze geeft als therapeut is nog belangrijker.
  • Wat vaak voorkomt bij het werken met kinderen is dat ouders graag willen dat kinderen in therapie gaan, maar dat de kinderen het zelf niet willen. Het kind moet ook zelf gemotiveerd zijn. Het is belangrijk dat de therapeut hier goed over praat met ouder en het kind samen, zodat duidelijk is waarom de ouder het kind meeneemt (in voor het kind begrijpbare termen) en dat het kind het hier mee eens is en op een eenvoudige manier kan begrijpen waarom hij bij de therapeut is.
  • Een ander kwetsbaar punt bij het werken met kinderen is dat kinderen als ze niet goed functioneren een klein zelfgevoel hebben, weinig eigenwaarde of zelfs een minderwaardigheidsgevoel hebben. Het feit dat ze in therapie komen doet daar direct nog een schep bovenop, ‘ze zijn niet oké en dus moeten ze in therapie’. Het is belangrijk een kind uit te leggen dat het niet gaat over goed of fout, maar dat het gaat om je fijner te voelen en bijvoorbeeld beter te kunnen reageren of niet meer bed te plassen. Als er op een dergelijke manier samen gesproken wordt kan de ouder er weer met het kind op doorpraten.
    Voorbeeld: Een jongen van 11 jaar kwam met zijn vader in therapie voor nagelbijten. Zelfs zijn teennagels beet hij zo dat hij soms bijna niet meer kon lopen. Samen met vader kreeg hij therapie en het werd duidelijk dat hij het nagelbijten deed sinds opa overleden was (hij was toen 3 jaar oud). Hij mocht bij opa niet meer op bezoek komen toen hij zo ziek was. Opa wilde niet dat de jongen hem zo zag. Bij de begrafenis is hij niet geweest. Wilde ze hem besparen. En zo kon deze jongen geen rouwproces aangaan. Hij kon het verlies niet verwerken. Hij had kennelijk iets ergs gedaan, want opa had hem afgewezen. Samen met zijn vader konden beiden alsnog het verlies verwerken.
  • Bij kinderen is het verder nog belangrijker vertrouwen te winnen dan bij volwassenen. Het vergt van de therapeut dat je nog intenser afstemt op het kind, op wat het beleeft en wat de hobby’s zijn, enz.

Kortom, ondanks dat kinderen zeer hypnotiseerbaar zijn en sessies sneller afgerond kunnen worden dan bij volwassenen blijven er vele punten die aandacht behoeven. Bij kinderen kan gewerkt worden met regressie en met reïncarnatie. Het is echter vaak zo dat ik-versterkende technieken voldoende zijn. Bij het werken met problemen is het beter indirect te werken, via metaforen, sprookjes en dergelijke.

Enkele praktische tips:
Voor het werken met ik-versterkende technieken zijn bijvoorbeeld de knuffel, t.v.-held, stripfiguur en dieren bruikbaar. Regressie naar een goed oud gevoel is ook een goede ik-versterking. Verder werken ontspanningsoefeningen bij kinderen erg goed. Puur leren ontspannen, naar de buik leren ademen en jezelf weer de moeite waard vinden is vaak voldoende om weer verder te kunnen. Over het algemeen kan dus gezegd worden dat gedragstherapeutisch werken volstaat, maar als er psychoanalytisch gewerkt wordt, kan dit beter indirect worden gedaan. Kinderen zijn gauw bang en voor het kind is in een pijn (lichamelijk of geestelijk) duiken erg bedreigend.

Omdat kinderen een sterke innerlijke wereld hebben en hier nog erg makkelijk bij kunnen komen, is het zonde om alleen inhoudssuggesties te geven, processuggestie is dus aan te raden, zodat de afstemming van de therapeut op de beleving van het kind optimaal kan zijn.

De uitleg over wat je gaat doen, wat hypnotherapie is, is ook uiterst belangrijk: spreek niet over hypnotherapie als zoiets als slapen, maar als zoiets als dromen, beter: ‘wakker dromen’. “…je weet precies wat er gebeurt en je kunt tegelijkertijd hier zijn en ook ergens anders, zoals je bijvoorbeeld jezelf ziet spelen op het strand, dan ben je er ook een beetje …” Dit snapt elk kind, want elk kind is regelmatig hier en toch ook ergens anders.

Bij kleine kinderen (onder de 5 jaar) is het goed te werken met de ouder(s) samen. De ouders kunnen dan oefeningen aanleren, die ze thuis met het kind kunnen doen. Ze kunnen ook beter reageren als het kind komt met vragen.

Bij oudere kinderen (van 5 tot 10 à 11 jaar) is het raadzaam even samen met ouders te beginnen en vervolgens door te gaan met het kind individueel. Over het algemeen kan gezegd worden dat sessies met kinderen korter duren dan die met volwassenen.

Verder is het belangrijk dat er niet over het kind gepraat wordt waar het kind bij is. De therapeut dient altijd te spreken in voor het kind begrijpbare termen en het kind erbij te betrekken. Meestal blijkt het nodig met de ouder over de opvoeding te praten. Vaak is het goed uit te leggen wat er in therapie gebeurd is (bij oudere kinderen altijd met toestemming van het kind, in ieder geval vanaf een jaar of 7). Men kan met de ouder een aparte afspraak te maken of telefonisch doorspreken wat van belang is.

Bij pubers kan het zijn dat een privé-sfeer vereist is, zodat het beter is volledig individueel te werken. Toch is het raadzaam met de ouders even te starten (in de leeftijd van 11 tot 15 à 16 jaar) zodat het mogelijk is te observeren hoe de interactie is tussen beiden.

Werken met kinderen is een bijzonder vak, maar het vereist aandacht voor vele facetten.

Dit artikel stond in ‘Klikgids 2000/2001’

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan